Hoe ontstaat een bijenkolonie?

Honingbijen bestaan al zo’n 80 miljoen jaar. Een bewijs van hoeveel aanpassingsvermogen deze insecten hebben. Lange tijd leefden bijen in holle bomen, zonder bemoeienis van mensen. Overleven deden ze door het continu vernieuwen van werksters, darren, koninginnen, raten en door zwermen. Nu er steeds minder honingbijen zijn en het leefgebied voor hen beperkter wordt, helpen imkers om meer bijen in de wereld te krijgen én om dit zo goed mogelijk te laten verlopen. Maar hoe ontstaat een bijenkolonie? Dit kan op verschillende manieren. Je leest het hieronder.

Een bijenkolonie door zwermen

Zodra het weer langer licht wordt en de temperatuur stijgt, staan de bijen te popelen om naar buiten te gaan. De winter zit erop. Ze hebben in de maanden november tot en met februari als een bol opeen gepakt in de kast gezeten om elkaar, de koningin en het laatste beetje broed warm te houden. 

Ze kunnen niet wachten om er weer op uit te vliegen en vers stuifmeel en nectar mee te nemen naar de kast. Voor de koningin is dit ook het teken om meer eitjes te gaan leggen. Tot de langste dag van het jaar (21 juni) kunnen dit er wel 2000 per dag zijn! Een volk groeit explosief van zo’n 10.000 bijen in de winter naar wel 50.000 in juni. Je kunt je voorstellen dat het krap wordt in de bijenkast. Op het moment dat de feromonen van de koningin niet alle bijen meer bereikt en er geen ruimte meer is voor alle bijen, vliegt de koningin met een deel van het volk uit. Dit noem je zwermen.

Zodra de resterende bijen in de kolonie merken dat er geen koningin meer is, willen ze snel mogelijk een nieuwe koningin. Daarom zetten ze redcellen aan. Dit zijn de laatste eitjes die de koningin heeft achtergelaten net voordat zij vertrok. Deze eitjes krijgen koninginnengelei gevoerd. Door dit specifieke voedsel zullen dit geen gewone werksterbijen worden maar koninginnen. Meestal worden er meerdere koninginnen geboren. En zodra zij uit de pop zijn, beginnen ze gelijk te vechten met elkaar. De sterkste overleeft en is de nieuwe koningin van het volk. Op deze manier heb je dus ineens twee bijenkolonies. 

Met hulp van de imker

Zwermen wordt in de moderne imkerij eigenlijk gezien als een probleem of ongewenst. Deze vorm van vermeerderen is lastig te controleren en te sturen. En laat dat nu juist zijn waar we tegenwoordig altijd invloed op willen uitoefenen. Eerlijk toegegeven: niemand (of je moet imker zijn!) vindt het een prettig idee om een bijenzwerm vlakbij zijn huis te hebben. Daarom grijpen imkers vaak al voortijdig in. Een imker ziet al een tijd van te voren dat een volk op zwermen staat. Hij kan dan een aantal dingen doen om dat te voorkomen: een extra broed- of honingkamer op de bijenkast plaatsen, een veger maken of een kunstzwerm. 

Een extra broed- of honingkamer

Met een extra broed- of honingkamer, krijgt de bijenkolonie genoeg ruimte en dit zal het zwermen vertragen. Er is immers geen woningnood meer. Maar als de feromonen van de koningin niet meer alle bijen bereikt, zal zij alsnog met een deel van het volk gaan zwermen. 

Een kunstzwerm

Imkers maken soms kunstzwermen aan. Hierbij worden bijen van verschillende honingraten in een tijdelijke woning geplaatst. Deze kunstzwerm krijgt een nieuwe koningin. Ze verblijven minstens 24 uur samen waardoor ze goed aan elkaar kunnen wennen. Bijen kunnen zich bij natuurlijke zwermen voorbereiden en zorgen dat ze genoeg gegeten hebben voordat ze uitvliegen. Bij een kunstzwerm is dit niet zo. Daarom geven imkers altijd honing of suikerdeeg zodat het nieuwe volkje niks tekort komt. In een natuurlijke zwerm zitten vooral oude bijen. In een kunstzwerm zowel jonge als oude bijen. De oudere bijen gaan als vliegbij aan de slag en zullen opzoek gaan naar nectar en stuifmeel. De jonge bijen zullen als huisbij hun taken uitvoeren: het schoonmaken van de raten, het voeren van larfjes etc. 

Een broedaflegger

Het maken van een broedaflegger is een vrij technisch verhaal. We zullen het zo simplistisch mogelijk uitleggen. Zo rond de langste dag van het jaar, zijn de volken het grootst. Dit is een prima moment voor de imker om uit verschillende bijenkolonies een raam met open (larfjes) en gesloten (eitjes) broed en bijen te halen. Deze ramen plaatst hij in een lege kast. De broedaflegger heeft een nieuwe koningin nodig en gaat daarvoor redcellen aanzetten. Een aantal van de jongste larfjes, die eigenlijk werksterbijen zouden worden, krijgen koninginnegelei te eten. Dit specifieke voedsel zorgt ervoor dat ze koningin worden in plaats van werksterbij. Wanneer deze koninginnen uit de pop komen, zullen ze direct met elkaar gaan vechten. De sterkste is de nieuwe koningin van het volk. 

broedaflegger

Per post

Alle bijen zijn nuttig en hebben mooie eigenschappen. Maar bepaalde soorten zijn net wat vriendelijker. De Buckfastbij is een type bij dat niet snel steekt en zwermtraag is. Een ideale bij om in verstedelijkt gebied te houden. Om deze reden werken we bij BeeLife met de Buckfastbij. 

Op Ameland zit een teeltstation waar raszuivere Buckfast koninginnen worden geteeld. Bijen vliegen niet over zee en daarom is een eiland een goede locatie om koninginnen te telen.

Zodra de koningin geboren wordt, vliegt ze uit en gaat ze op bruidsvlucht. In de lucht wordt ze door raszuivere darren bevrucht. De eitjes die zij gedurende haar leven zal leggen, zullen vriendelijke buckfastbijen zijn. Wanneer de koningin klaar is voor een eigen volk, wordt ze samen met een paar werksterbijen en honing per post verstuurd. Wij geven haar op de imkerij een mooie permanente woning voor de jonge bijenkolonie. 

Wat doen wij?

Er is tegenwoordig geen beste manier. Want ook het natuurlijke zwermen heeft wat voeten in aarde. Er zijn nauwelijks nog holle bomen of andere holle ruimtes waar een bijenzwerm zich definitief kan vestigen. En als dit al lukt, wordt ze vroeg of laat alsnog door een imker opgehaald om naar een veiliger plek te brengen. Want gevaar van de varromijt drijgt altijd. Bij BeeLife combineren we verschillende manieren om volkjes te laten groeien. En altijd met het belang van de bij voorop!

Hoe ontstaat een bijenkolonie?

Honingbijen bestaan al zo’n 80 miljoen jaar. Een bewijs van hoeveel aanpassingsvermogen deze insecten hebben. Lange tijd leefden bijen in holle bomen, zonder bemoeienis van mensen. Overleven deden ze door het continu vernieuwen van werksters, darren, koninginnen, raten en door zwermen. Nu er steeds minder honingbijen zijn en het leefgebied voor hen beperkter wordt, helpen imkers om meer bijen in de wereld te krijgen én om dit zo goed mogelijk te laten verlopen. Maar hoe ontstaat een bijenkolonie? Dit kan op verschillende manieren. Je leest het hieronder.

Een bijenkolonie door zwermen

Zodra het weer langer licht wordt en de temperatuur stijgt, staan de bijen te popelen om naar buiten te gaan. De winter zit erop. Ze hebben in de maanden november tot en met februari als een bol opeen gepakt in de kast gezeten om elkaar, de koningin en het laatste beetje broed warm te houden. 

Ze kunnen niet wachten om er weer op uit te vliegen en vers stuifmeel en nectar mee te nemen naar de kast. Voor de koningin is dit ook het teken om meer eitjes te gaan leggen. Tot de langste dag van het jaar (21 juni) kunnen dit er wel 2000 per dag zijn! Een volk groeit explosief van zo’n 10.000 bijen in de winter naar wel 50.000 in juni. Je kunt je voorstellen dat het krap wordt in de bijenkast. Op het moment dat de feromonen van de koningin niet alle bijen meer bereikt en er geen ruimte meer is voor alle bijen, vliegt de koningin met een deel van het volk uit. Dit noem je zwermen.

Zodra de resterende bijen in de kolonie merken dat er geen koningin meer is, willen ze snel mogelijk een nieuwe koningin. Daarom zetten ze redcellen aan. Dit zijn de laatste eitjes die de koningin heeft achtergelaten net voordat zij vertrok. Deze eitjes krijgen koninginnengelei gevoerd. Door dit specifieke voedsel zullen dit geen gewone werksterbijen worden maar koninginnen. Meestal worden er meerdere koninginnen geboren. En zodra zij uit de pop zijn, beginnen ze gelijk te vechten met elkaar. De sterkste overleeft en is de nieuwe koningin van het volk. Op deze manier heb je dus ineens twee bijenkolonies. 

Met hulp van de imker

Zwermen wordt in de moderne imkerij eigenlijk gezien als een probleem of ongewenst. Deze vorm van vermeerderen is lastig te controleren en te sturen. En laat dat nu juist zijn waar we tegenwoordig altijd invloed op willen uitoefenen. Eerlijk toegegeven: niemand (of je moet imker zijn!) vindt het een prettig idee om een bijenzwerm vlakbij zijn huis te hebben. Daarom grijpen imkers vaak al voortijdig in. Een imker ziet al een tijd van te voren dat een volk op zwermen staat. Hij kan dan een aantal dingen doen om dat te voorkomen: een extra broed- of honingkamer op de bijenkast plaatsen, een veger maken of een kunstzwerm. 

Een extra broed- of honingkamer

Met een extra broed- of honingkamer, krijgt de bijenkolonie genoeg ruimte en dit zal het zwermen vertragen. Er is immers geen woningnood meer. Maar als de feromonen van de koningin niet meer alle bijen bereikt, zal zij alsnog met een deel van het volk gaan zwermen. 

Een kunstzwerm

Imkers maken soms kunstzwermen aan. Hierbij worden bijen van verschillende honingraten in een tijdelijke woning geplaatst. Deze kunstzwerm krijgt een nieuwe koningin. Ze verblijven minstens 24 uur samen waardoor ze goed aan elkaar kunnen wennen. Bijen kunnen zich bij natuurlijke zwermen voorbereiden en zorgen dat ze genoeg gegeten hebben voordat ze uitvliegen. Bij een kunstzwerm is dit niet zo. Daarom geven imkers altijd honing of suikerdeeg zodat het nieuwe volkje niks tekort komt. In een natuurlijke zwerm zitten vooral oude bijen. In een kunstzwerm zowel jonge als oude bijen. De oudere bijen gaan als vliegbij aan de slag en zullen opzoek gaan naar nectar en stuifmeel. De jonge bijen zullen als huisbij hun taken uitvoeren: het schoonmaken van de raten, het voeren van larfjes etc. 

Een broedaflegger

Het maken van een broedaflegger is een vrij technisch verhaal. We zullen het zo simplistisch mogelijk uitleggen. Zo rond de langste dag van het jaar, zijn de volken het grootst. Dit is een prima moment voor de imker om uit verschillende bijenkolonies een raam met open (larfjes) en gesloten (eitjes) broed en bijen te halen. Deze ramen plaatst hij in een lege kast. De broedaflegger heeft een nieuwe koningin nodig en gaat daarvoor redcellen aanzetten. Een aantal van de jongste larfjes, die eigenlijk werksterbijen zouden worden, krijgen koninginnegelei te eten. Dit specifieke voedsel zorgt ervoor dat ze koningin worden in plaats van werksterbij. Wanneer deze koninginnen uit de pop komen, zullen ze direct met elkaar gaan vechten. De sterkste is de nieuwe koningin van het volk. 

broedaflegger

Per post

Alle bijen zijn nuttig en hebben mooie eigenschappen. Maar bepaalde soorten zijn net wat vriendelijker. De Buckfastbij is een type bij dat niet snel steekt en zwermtraag is. Een ideale bij om in verstedelijkt gebied te houden. Om deze reden werken we bij BeeLife met de Buckfastbij. 

Op Ameland zit een teeltstation waar raszuivere Buckfast koninginnen worden geteeld. Bijen vliegen niet over zee en daarom is een eiland een goede locatie om koninginnen te telen.

Zodra de koningin geboren wordt, vliegt ze uit en gaat ze op bruidsvlucht. In de lucht wordt ze door raszuivere darren bevrucht. De eitjes die zij gedurende haar leven zal leggen, zullen vriendelijke buckfastbijen zijn. Wanneer de koningin klaar is voor een eigen volk, wordt ze samen met een paar werksterbijen en honing per post verstuurd. Wij geven haar op de imkerij een mooie permanente woning voor de jonge bijenkolonie. 

Wat doen wij?

Er is tegenwoordig geen beste manier. Want ook het natuurlijke zwermen heeft wat voeten in aarde. Er zijn nauwelijks nog holle bomen of andere holle ruimtes waar een bijenzwerm zich definitief kan vestigen. En als dit al lukt, wordt ze vroeg of laat alsnog door een imker opgehaald om naar een veiliger plek te brengen. Want gevaar van de varromijt drijgt altijd. Bij BeeLife combineren we verschillende manieren om volkjes te laten groeien. En altijd met het belang van de bij voorop!

Lees ook

Bijensterfte: Wat kunnen we eraan doen?

Roosmarijn Sissing schreef een achtergrondartikel over bijensterfte in Nederland en wat de Nederlander hieraan doet.

Lees

Het probleem van de bijensterfte

In de afgelopen 150 jaar is het aantal honingbijen met 75% gedaald. Meer dan de helft van alle bijensoorten staat op de rode lijst.

Lees